Afspraken rond afstandsleren

Het begrip “afstandsleren” is ondertussen een vaste waarde geworden in het onderwijs. 

Wij willen dit principe echter pas toepassen in uitzonderlijke tijden. 

Daarom vindt u hieronder een verduidelijking wanneer wij al dan niet digitaal zullen lesgeven en waarom we deze keuzes maken.

Hedendaags onderwijs vergt van leerkrachten bijzonder veel flexibiliteit. De tijd van één les met een gelijke verwerking van de leerstof ligt al een tijdje achter ons.  Contractwerk, differentiatie, hoekenwerk,  … verdeelt een klas in verschillende niveaus.  Deze manier van werken  vraagt van de leerkracht heel wat organisatorisch talent.  Een extra “digitale” leerling vermindert de onderwijstijd van de ganse klasgroep.

Leermethodes zijn ook zo opgemaakt dat een afwezigheid van een leerling niet direct een leerachterstand oplevert. 

Nieuwe leerstof wordt nog diverse malen herhaald waardoor kinderen die eventjes afwezig waren ook weer kunnen bijbenen.

Tegelijkertijd fysiek én  digitaal lesgeven kan dan ook enkel in “uitzonderlijke omstandigheden”.

Vanaf wanneer kunnen wij spreken van “uitzonderlijke omstandigheden”?

– als een leerling wettelijk verplicht is om in quarantaine te gaan

– als de overheid afstandsleren oplegt aan de scholen

– als een kind recht heeft op “onderwijs aan huis” (meer dan 21 dagen afwezigheid) met bewijs van een huisarts of een specialist.

 Wanneer passen wij dit principe NIET toe?

– bij afwezigheid minder dan 21 kalender dagen door ziekte, ongeval, heelkundige ingreep, …

– heel actueel : bij verplichte quarantaine door een reis naar een rode zone.

Bekijk hier deze mededeling in pdf